Werken in Nederland » ‘Veel onbenut arbeidspotentieel’

‘Veel onbenut arbeidspotentieel’

Een aanzienlijk deel van de gedeeltelijk en volledig arbeidsongeschikten (57% resp. 19%) zou betaald werk willen hebben. Veel werkwillige werklozen (53%) en arbeidsongeschikten (44%) willen het liefst een grote deeltijdbaan. Voor niet-werkenden vormen sociale contacten en het hebben van een zinvolle tijdsbesteding de twee meest genoemde motieven om te gaan werken. Werkenden die hun arbeidsuren willen uitbreiden, geven hiervoor vooral financiële redenen op. Iets meer dan de helft van de zieke werknemers had naar eigen zeggen sneller aan het werk gekund.

Dit zijn enkele conclusies uit de publicatie Wel of niet aan het werk. Achtergronden van het onbenut arbeidspotentieel onder werkenden, werklozen en arbeidsongeschikten die vandaag is verschenen. Het rapport is een gezamenlijk product van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Raad voor Werk en Inkomen (RWI).

De grote deeltijdbaan (12 tot 35 uur per week) is bij veel van de onderzochte groepen populair. 44% van de arbeidsongeschikten die willen werken kiest hiervoor. Een derde van de werkwillige arbeidsongeschikten wil minder dan 12 uur per week werken, terwijl bijna een kwart een voltijdbaan (35 uur per week of meer) ambieert. Ook bij werklozen is de deeltijdbaan het meest gewild: ruim de helft van de werklozen die betaald werk wil, geeft daarbij de voorkeur aan een grote deeltijdbaan. Vier op de tien werkwillige werklozen willen een voltijdbaan.

Het aantal respondenten dat aangeeft niet te willen werken is betrekkelijk gering. De bevindingen duiden er echter op dat gepercipieerde arbeidsmarktkansen en gezondheid de belangrijkste belemmeringen zijn om niet te participeren op de arbeidsmarkt. Een slechte gezondheidstoestand is voor 58% van de werklozen en 91% van de arbeidsongeschikten reden om niet te willen werken.

Aan degenen die ervaring hebben met re-integratiehulp (hulp gericht op terugkeer naar werk in geval van ziekte, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid) is gevraagd daarover een oordeel te geven. De Arbodienst en de werkgever scoren gemiddeld een ruime voldoende (6,9). Het CWI, de Gemeentelijke Sociale Dienst, het UWV en re-integratiebedrijven krijgen gemiddeld tussen een 5,5 en een 5,8. De dienstverlening van re-integratiebedrijven wordt met gemiddeld een zes beoordeeld. Over de effectiviteit van de hulpverlening wordt vrij negatief geoordeeld: ruim de helft van de respondenten geeft aan dat de hulp er niet toe heeft bijgedragen dat men weer aan het werk is gekomen. Als verbeterpunt noemt 40% van de respondenten dat de hulp beter moet aansluiten op de persoonlijke situatie.

Werknemers die in de laatste paar jaar wel eens langer dan 2 weken ziek zijn geweest, is gevraagd naar hun oordeel over ziekteverzuimbegeleiding. Ruim de helft van de groep (voormalig) zieke werknemers geeft aan dat ze sneller naar het werk terug hadden kunnen keren als daarvoor (meer) maatregelen waren genomen. De grootste winst is daarbij volgens hen te behalen door aanpassing van het werk, zoals een ander takenpakket, ander werk bij dezelfde werkgever of werk bij een andere werkgever. Bijna vier op de tien (ex-)zieke werknemers zouden naar eigen zeggen sneller aan het werk hebben gekund wanneer dergelijke maatregelen waren genomen. Ook op het vlak van curatieve zorg, begeleiding en samenwerking is volgens werknemers winst te boeken.

Bron: persbericht RWI

1 Comment so far

  1. […] Bron: Lekker aan het werk?  […]

RSS Beroepsinformatie

RSS Tekstschrijversblog

Blogroll

RSS Tickets for Everyone